De kunstcollectie zit verspreid over de vele faculteiten en talrijke campussen van de UGent en is dus nooit als geheel zichtbaar. Kunstwerken zijn terug te vinden in allerlei contexten: van aula’s, vergaderruimtes en kantoren over vestibules, gangen en kelders. Alleen of in groep, aan de muur, op sokkels, vensterbanken of schouwen, achter deuren of gordijnen. Het statuut van de werken loopt sterk uiteen: sommige werken zijn in bruikleen van de Vlaamse Gemeenschap, het MSK of het SMAK, anderen maken deel uit van het Universiteitsarchief, nog anderen van de Universiteitsbibliotheek. Er is geen enkel gecentraliseerd overzicht (laat staan beleid) waar alle werken netjes zijn opgelijst. Voor het toekomstige Gentse Universiteitsmuseum (GUM) behoort ‘beeldende kunst’ niet tot de opdracht. Een week lang wordt er geëxperimenteerd met uiteenlopende strategieën om de kunstcollectie van de Universiteit Gent in beeld te brengen en te ontsluiten. Elk groepje studenten krijgt 5 zaken aangereikt bij de start van de week:

FACTOR 01 EEN OF MEERDERE KUNSTWERKEN
Iedere groep krijgt een singulier werk of een ensemble van werken toegewezen, waarmee ze de hele week zullen werken.

FACTOR 02 MAPPING-STRATEGIE
Iedere groep zal de kunstwerken documenteren en in kaart te brengen aan de hand van een welbepaald medium.

FACTOR 03 BEMIDDELINGSSTRATEGIE
Iedere groep onderzoekt hoe de kunstwerken te ontsluiten of publiek te maken aan de hand van een tentoonstellingsparadigma of -dispositief.

FACTOR 04 PLEK IN HET VANDENHOVE CENTRUM
De tentoonstellingszaal op de tweede verdieping van het VANDENHOVE Centrum wordt onderverdeeld in een raster van’tentoonstellingsvakken’. Elke groep krijgt een vak toebedeeld en zal dus bijdragen aan de finale tentoonstelling op vrijdag in het Centrum. In het Geraard De Duivelsteen is een model op ware grote van deze tentoonstellingszaal aanwezig waarop alle groepen dagelijks de vorderingen van hun werk tentoonstellen.

FACTOR 05 EEN F-WOORD
Ludiek, serieus, toepasselijk of schier irrelevant; elke groep krijgt een F-woord dat als bijkomende conditie voor de opdracht geldt.

De Jokerweek wordt in 3 fases opgesplitst.

MAANDAG + DINSDAG

In het eerste deel van de week, tot en met dinsdagavond, wordt er verwacht dat de toegewezen kunstwerken gedocumenteerd en in kaart worden gebracht. Elke groep doet dit aan de hand van de mapping-strategie die hen eveneens werd toegewezen. Er zijn 6 mapping-strategieën: audiofotomodeltekenentekst en video. Zo zal tegen dinsdagavond van de vele kunstwerken een scala aan surveys ontstaan, die de werken op erg verschillende manieren belichten.

WOENSDAG + DONDERDAG

Aan de hand van de grondige ‘kennismaking’ met de werken, wordt in het tweede deel van de week, vanaf woensdagochtend, gewerkt aan een strategie om het werk te ontsluiten en/of te tonen. De groep experimenteert nu hoe hun werk(en) met de bemiddelingsstrategie die hen werd toegewezen, publiek gemaakt kunnen worden. Er zijn 7 bemiddelingsstrategieën: catalogusgadgetgidskaderlegendemeubelsokkel.

Gevraagd wordt om na te denken hoe (een selectie van) de kunstcollectie van de universiteit op vrijdag te zien kan zijn in het VANDENHOVE Centrum, terwijl de werken zelf fysiek niet aanwezig zijn.

VRIJDAG Op de laatste dag van de Jokerweek wordt de afsluitende tentoonstelling gebouwd. Dit gebeurt niet meer in het Geraard De Duivelsteen, maar in de tentoonstellingsruimte op de tweede verdieping van het VANDENHOVE Centrum. Vrijdagvoormiddag verhuizen alle groepen het expositiemateriaal naar de Sint-Pietersnieuwstraat 33. Vrijdagnamiddag volgt de blijde intrede van de Rector van de Universiteit: om 14h30 opent prof. Rik Vandewalle officieel de tentoonstelling met de eindresultaten van de Jokerweek COLLECTIEF.

JOKERS voor de begeleiding van de opdracht hebben we vier JOKERS uitgenodigd. Van dinsdag tot en met donderdag zullen vier internationale kunstenaars, elk actief in een verschillende discipline, studenten begeleiden en helpen bij de opdracht: Béatrice Balcou (F), Jeremiah Day (US), Stiftung Freizeit (Rubén Jódar; DE) en Roel Heremans (BE).