– english version below

 

Na jaren van relatieve eenzaamheid en relatieve armoede in zijn studio in Parijs, verhuist Piet Mondriaan naar New York. De liefde voor deze stad heeft een directe invloed op Mondriaans werk: de gestrengheid die zijn Parijse werk kenmerkt, maakt plaats voor een ritmisch plezier. Mondriaans zwarte lijn wordt onderbroken: gekleurde tape en geschilderde vlakjes zoeken aansluiting bij de kleurvlakken die voordien angstvallig van elkaar werden gescheiden. Het meest representatieve werk van die nieuwe stijl, is een nooit afgewerkt doek dat lijkt geschilderd op het ritme van de muziek die de stad in de jaren ’40 overspoelde. Het gedraaide doek suggereert een uitsnede van een onbegrensd weefsel. Mondriaan noemt het schilderij achtereenvolgens Diamond Painting, Boogie Woogie Painting en, uiteindelijk, Victory Boogie Woogie. Hoewel het werk nauw is verbonden met New York —in die mate dat het auteurschap van het werk deels zou kunnen worden gelegd bij het stedelijke landschap anno 1942— nemen we dit werk toch als inspiratie voor de jokerweek 2020 om een gebied met een heel andere stedelijkheid te bekijken.

Diamond painting

De site (een gebied opgespannen door Martelaars-, Groot-Brittanië-, Offerlaan en Leie, in bestuurstermen: campus offerlaan) wordt bezet door 6 scholen met erg uiteenlopende programma’s, agenda’s en visies. Deze complexiteit laat zich lezen in de gebouwde/bezette ruimte; een kluwen van gebouwen, barricades, shortcuts, wegen, voetpaden, parkings, speelpleinen, fietsenstallingen en tuinen. Door de term Campus te confronteren met Mondriaans Diamond Painting, exploreert de jokerweek nieuwe ritmes/nieuwe gebruiksregimes/nieuwe grenzen voor dit stuk stad.

Boogie Woogie Painting

De Stad Gent, Sogent en het Stedelijk Onderwijs gaven recent aan Czvek – Rigby & Endeavour de opdracht om een masterplan en inrichtingsplan te maken voor deze campus. De site, met een ellenlange lijst van betrokkenen, is het ideale werkveld voor hun ‘Hack The City’-aanpak. Lokale kennis, coöperatieve procedures en dialoog vormen de hoeksteen van elke stedenbouwkundige reflectie. Deze stedenbouwkundige visie, die uitgaat van een verregaande participatie, wordt vandaag vaak als een best practice gezien. Tijdens deze jokerweek gebruiken we onze academische vrijheid om op zoek te gaan naar the other practice, en dus eigen vraagstellingen te formuleren ten opzichte van dit stuk stad en om er —soms radicale— standpunten over in te nemen: A Boogie Woogie Painting. Het resultaat van ons werk kan deze stedenbouwkundige best practice voeden en misschien —op onverwachte wijze— de visie op dit gebied mee kleuren, zonder de pretentie de ultieme oplossing aan te reiken.

Victory Boogie Woogie

Elke praktijk (zie hieronder) werkt naar een gemeenschappelijke tentoonstelling op vrijdag. Twee soorten ‘exhibits’ maken deze tentoonstelling:

  1. De belangrijkste structuren die de site definiëren worden op grote schaal uitgezet op een voetbalveld dat —opgesloten in een metalen kooi— centraal op de site ligt. De site krijgt dus een gevangen duplicaat. De grenzen van het veld zijn de grens van het onderzoeksterrein. Enkele beeldbepalende structuren staan als pionnen op het veld. Aan het einde van de week, dient elk bureau een object in dat op dit speelveld wordt geplaatst (en dus tegen weer en wind bestand is). Een team van curatoren/regisseurs schikken het veld.
  2. De rasterwanden van de kooi vormen de drager voor bedrukte werfdoeken. Deze werfdoeken, die de backdrop zullen vormen van de maquette op het veld, laten de bureaus toe om hun werk met een ander medium te presenteren. Bovendien zouden deze doeken een permanent spoor kunnen zijn van ons werk: door hun directe communicatiekracht kan het gesprek op en over de site kleur krijgen. 

Gedurende de week stockeren/presenteren de bureaus hun ‘work in progress’ in een archief. De positie van dit archief op een knooppunt van het terrein is een garantie voor het gesprek tussen de verschillende bureaus. Bovendien gaan de maquette-regisseurs (team ‘Joris Kerremans’) aan de slag met dit ‘repositorium’: zij organiseren de tussentijdse output, nodigen de bureaus uit tot tussentijdse presentaties en organiseren de compositie van het speelveld. De finale curatoriële beslissingen over welke objecten worden getoond en welke niet, ligt bij dit team van maquetteregisseurs.

 

After years of solitary existence in his studio in Paris, Piet Mondrian moves to New York City. His love for this new city, influences his work dramatically: the austerity that characterizes his Paris work gives way to a new ritmic pleasure. The black line, so typical for Mondrian, is interrupted. Coloured tape en hesitant brush strokes seek contact with the coloured planes, which used to be nervously separated from each other. The most representative work of this new style, is a never finished painting that seems to follow the rhythm of the music that washed over the city in the 1940’s. The turned canvas suggests a cut-out of an endless urban fabric. Subsequently Mondrian calls his work Diamond Painting, Boogie Woogie Painting and, finally, Victory Boogie Woogie. Although Mondrian’s painting is closely connected to New York City — to such an extent that one could at least in part place the authorship of the work with the urban landscape anno 1942— we still use Victory Boogie Woogie as a prism through which to understand an area with a radically different urbanity.

Diamond painting

The site (an area contained by Martelaars-, Groot-Brittanië-, Offerlaan and Leie, in official language: Campus Offerlaan) is occupied by six schools with very divergent curricula, agendas and visions. This complexity can be traced in the built reality of the area: one big jumble of buildings, barricades, shortcuts, roads, footways, parkings, playgrounds, bikesheds and gardens.By confronting this official terminology ‘Campus’ with Mondrian’s Diamond Painting, the jokerweek explores new rhythms/new patterns of everyday activities/new borders for this urban fragment.

Boogie Woogie Painting

The Ghent city council, Sogent and the education department of the city recently commissioned Cvzek-Rigby & Endeavour to come up with a masterplan for the campus. With the long list of parties involved, the project is the ideal laboratory for their ‘Hack The City’ approach: local knowledge; cooperation and dialogue are the cornerstones of all their reflections on the urban development of the area. This approach, based on the farreaching participation of different urban actors, is now widely considered to be a best practice of urban development. During this Jokerweek, we take the academic liberty to search for the other practice. We will phrase our own questions about this piece of city and take on points of view that differ —at times radically— from more conventional planning perspectives: A Boogie Woogie Painting. The result of our work can nourish the best practice and —maybe even— colour the development plans in unexpected ways, devoid of all pretentions about being able to formulate any kind of ‘solution’.

Victory Boogie Woogie

All staff members propose a thematic approach for the site, based on their own interest or academic practice. Master students will be involved in defining the precise assignments/topics on which the ad-how practice — consisting of staff members, master students and bachelor students— will work throughout the jokerweek. All these other practices will work towards a joint exhibition on Friday. The exhibition will be made up by two types of exhibits:

  1. The most important structuring elements of the site will be traced on a soccer field, that is encaged by a high fence and is located in a central position of the campus (scale 1/25). The site thus gets an imprisoned duplicate. The outlines of the pitch form the boundaries of the research area. The scale models of the buildings are placed as players on the grass. By the end of the week, every practice has to place an object in the field — resistant to possible bad weather conditions. A team of curators/directors are arranging the object in the field.
  2. The fences that enclose the field, are supporting building site banners. These banners, the backdrop for the scale model on the soccer pitch, allow the practices to present their work through another medium. Besides, these banners could be a permanent trace of our work. The images’ immediate power of expression might provide topics for an ongoing conversation about the campus.

Throughout the week, the practices will present their work in progress in an archive. The position of this archive on a crucial location on the site, will facilitate the conversation between the different practices. Besides, this ‘repository’ will be a quarry of information for the curators of the final exhibition: during the week, they will ask practices to test and present parts of their work on the football pitch. As said, the final curatorial decision about which objects are shown in the final exhibition, is up to this team of curators.